top of page
Featured Review

35 soorten nostalgie

5 days ago
21 min read

Updated: 4 days ago

Olivier Rieter


Onderzoekers komen niet snel tot eenduidige conclusies over vormen van menselijk gedrag en de daaruit voortvloeiende culturele uitingen. We zijn nu eenmaal geen mieren.

 

Volgens sommigen vormt het verschijnsel nostalgie een simplistische uitzondering op de menselijke complexiteit. Nostalgie wordt dan gezien als een reactie op of compensatie van het incoherente jachtige leven; in het veilige vroeger vindt men heilzame stabiliteit en vooral ook duidelijkheid.

 

Ik wil echter betogen dat, omdat de veeleisende menselijke cultuur in de moderniteit complex is, een veelvoorkomende reactie op deze complexiteit - nostalgie - ook complex is. Er is niet een enkele vorm van nostalgie. Er zijn er vele, niet zelden strijdige, soms deels overlappende varianten. Dat vinden sommige mensen jammer, vooral zij die leven met een wereldbeeld waarin voor alles in de wereld een simpele en niet-ambivalente uitleg voor handen is, het liefst ook nog te vatten in de schijnwaarheid van cijfers. Je kunt echter niet zeggen dat iemand op een bepaald moment voor 73% nostalgisch is, om maar wat te noemen. Nostalgie is bij uitstek ambivalent.       

Ambivalentie in kaart brengen, is in mijn optiek ook interessanter dan onderzoek in de categorie 'meten is weten'. De titel van dit hoofdstuk zou men in dat licht als ironisch kunnen opvatten.

 

De behoefte aan een eenvoudige, 'uitgebeende' omschrijving van nostalgie is echter wel begrijpelijk. Mensen denken graag in universele begrippen. 'Nostalgie is van alle tijden en algemeen menselijk', hoor je vaak beweren, zonder dat men dat stokpaardje kan staven door ondernomen (historisch en ander) onderzoek. De mentaliteit van vroeger peilen, is natuurlijk niet makkelijk. Maar suggereren dat de resultaten van onderzoek naar de nostalgische geladenheid van de psyche van hedendaagse mensen, onderzoek dat overigens zeer interessant is, per se ook iets zegt over nostalgie vroeger, is ahistorisch.

           

Ahistorisch alleen al omdat het begrip nostalgie in de loop van de tijd verschillende malen van betekenis is veranderd. Over welke vorm van nostalgie heeft men het precies? Van heimwee ontwikkelde het fenomeen zich tot een emotie die samenhangt met het verstrijken van de tijd en later ook tot een visuele stijl, waar, naar verluidt, geen gevoel bij zou komen kijken. Het gegeven dat het internet tegenwoordig ‘instant access to an infinitely recyclable archive’ biedt, maakt onze hedendaagse benadering van ‘vroeger’ fundamenteel anders dan die van voorgaande perioden.

 

Een definitie van 'uitgebeende nostalgie' zou kunnen luiden: het idealiseren van het verleden. Daarvan kan misschien inderdaad gezegd worden dat het van alle tijden is. Voor sommige mensen is daarmee genoeg gezegd, maar ik wil voor enige uitbreiding zorgen, om de veelvormige werkelijkheid recht te doen. De aard en hevigheid van het genoemde idealiseren is in iedere tijd, in iedere geest, in ieder collectief verschillend. In de vroeg-moderne tijd, aan het einde van de zeventiende eeuw, werd het begrip nostalgie voor het eerst gedefinieerd (toen nog als een variant van heimwee) en door het concreet benoemen werd het reëel bestaande verschijnsel zeer waarschijnlijk versterkt zoals de literatuurwetenschapper Svetlana Boym opmerkt.2 

 

Het concreet benoemen van iets (een probleem, psychische ziekte, cultuurverschijnsel) maakt het verschijnsel mogelijk 'erger' en wijder verspreid. Waarmee ik overigens niet zonder meer de heilzaamheid van (cultuur)diagnostiek in twijfel wil trekken. Wel lijkt het zo te zijn dat veel mensen of cultuurgroepen gaan denken en handelen in lijn van hun diagnose. Het reëel bestaande probleem of verschijnsel kan zo nog versterkt worden. Naar dergelijke self fulfilling prophecies is echter nog veel onderzoek nodig, dat ik niet ga (en kan) ondernemen.

 

Volgens mij zou elke onderzoeker naar nostalgie aan het begin van zijn of haar artikel/boek moeten aangeven welke soort nostalgie in het onderzoek wordt belicht. In wat volgt wil ik, zonder volledigheid na te streven, 35 soorten van nostalgie de revue laten passeren. Ik plaats mij hiermee in de traditie van de schrijver en wetenschapper Umberto Eco, die ooit schreef over tien verschillende typen middeleeuwen die bestaan in de menselijke culturele nawerking van deze periode.3 

 

 

Ik bied in dit hoofdstuk een inventarisatie. Ik wil tonen dat nostalgie veelvormig is en waarom dat zo is. Ik maak hierbij een onderscheid tussen nostalgie als psychologisch fenomeen, als uiting van (hedendaagse) lifestyle en als historisch bepaalde emotie.

                 

             

Psychologische nostalgie

1) Ik wil beginnen met individuele nostalgie (versus collectieve nostalgie). De mens kan worden bezien vanuit vele wetenschappelijke invalshoeken. Twee bekende benaderingen zijn de psychologie en de sociologie. Bij de eerste gaat het vooral om de psyche van het individu, terwijl het bij de tweede om processen binnen de collectiviteit gaat. Er zijn natuurlijk ook allerlei tussenvormen, waarin het onderscheid overbrugd wordt.

 

De grammofoonplaat: zowel individuele als collectieve nostalgie. KobU Agency. Unsplash.com

Individuele nostalgie gaat over de persoonlijke omgang met, in eerste instantie, het eigen verleden. Zoals we nog zullen zien is dit eigen verleden echter niet eenduidig, omdat men zich ook verledens van anderen eigen kan maken. Wanneer men individuele en collectieve nostalgie tegelijkertijd voelt, is men onderdeel van een sociale archipel, waarin alle mensen als eilandjes met elkaar verbonden zijn. Een bekend voorbeeld waarin strikt individuele nostalgie wordt gekoppeld aan tijdsfenomenen die met de collectiviteit samen hangen, is de romancyclus Op zoek naar de verloren tijd van Marcel Proust.

 

2) Heimwee. Nostalgie stond vroeger gelijk aan heimwee; het ging om een betreurde afstand in plaats, eerder dan in tijd. Tijd en plaats hebben een sterke connectie. Men herinnert zich het leven zoals het zich elders vroeger heeft afgespeeld, de geleefde tijd die op die gemiste plaats is verstreken.  Migrantennostalgie is vaak gestoeld op dergelijk heimwee. Het kan migranten (ook van latere generaties) niet kwalijk worden genomen dat ze hun woonkamers nostalgisch inrichten, hun gerechten nostalgisch kruiden.4 Het is een (waar) cliché om op te merken dat migranten niet opnieuw geboren worden als ze elders gaan wonen: ze nemen hun herinneringen en identiteiten mee. Dat zien we bij Nederlandse migranten in Nieuw-Zeeland en bij Turkse migranten in Nederland. Je volledig aanpassen aan de cultuur van je nieuwe land is moeilijk en misschien ook niet wenselijk, omdat dan een deel van jezelf verloren gaat. Dan ben je ontworteld en kan je niet goed meer functioneren. Heimwee is eerder een ondersoort van nostalgie dan andersom. Men zou van geografische nostalgie kunnen spreken.

 

3) Melancholie/reflectieve nostalgie. Nostalgie en melancholie, of weemoed - een lijden onder het onherroepelijke verstrijken van de tijd, het voorbij gaan van alles - hebben verschillende betekenissen en ieder een eigen begripsgeschiedenis.5 Dat betekent echter niet dat ze elkaar niet zeer na kunnen komen en ook vervlochten kunnen raken, als conceptuele mutaties eventueel. De reeds genoemde, wijlen literatuurwetenschapper Svetlana Boym schrijft over reflectieve nostalgie, een verheven en intellectueel mijmeren over tijdelijkheid. In haar benadering van deze door haar gewaardeerde vorm van nostalgie komt ze dicht bij melancholie. Het laatste begrip kan misschien worden gezien als het chique broertje van nostalgie, waarvoor men zich niet zou hoeven te schamen. De Mexicaanse schrijfster Valeria Luiselli ziet een andere familierelatie. Ze noemt nostalgie 'het bastaardkind van de melancholie.'6 Ze is positief over melancholie en over het Portugese/Braziliaanse verwante begrip Saudade. Dit laatste begrip doet volgens haar denken aan 'dingen die tegelijkertijd mooi en verdrietig zijn: zeeschepen, treurwilgen, wierook, hagedissen.' 7Ze stelt ook: 'Er is een Paseo de los Melanchólicos in Madrid en een Rua da Sauade in Lissabon. Maar er is nergens -  gelukkig maar, want dat zou van slechte smaak getuigen- een Laan der Nostalgici.'8  Uit deze passage blijkt dat intellectuelen neer kunnen kijken op nostalgie, waaraan zij dan bijvoorbeeld een connotatie van kitsch verbinden.

 


Café Weemoed in Tilburg: de bruine kroeg als locatie voor reflectie? Is dit type café de huiskamer van de samenleving? Foto Ad Hendrikx

 

4) Jeugdsentiment. Jeugdsentiment is het vertederd terugblikken op de eigen emotionele ontwikkeling in de kindertijd. Men ziet het eigen vroeger dan als mooi, maar neemt zichzelf, al herinnerend, ook niet helemaal serieus, vanwege het vermeende gebrek aan levenswijsheid in een voorbije tijd. Men beziet de eigen naïviteit van 'vroeger' zowel ophemelend als ironisch. Een dergelijk complexe emotie is niet te vatten in cijfers. Ze is ook niet als een verzameling 'nostalgions' aan te duiden, die oplichten in een hersenscan, als de gebieden waar de op het zelf betrokken nostalgie zich bevindt. Het gaat bij jeugdsentiment om zelfvertedering over de eigen bleuheid in het verleden. Het kan echter ook gaan om de vertedering aangaande het gedeelde verleden van de eigen generatie. Zo werd de Stichting Jeugdsentiment jaren vijftig eind jaren zestig opgericht, om mensen (mannen vooral) te laten mijmeren over gedeelde cultureel bepaalde herinneringen.9 

 

5) Bitterzoete nostalgie. In nostalgie komen meestal verlies en verlangen samen, onverenigbare zaken op het eerste gezicht. Dat is echter schijn. Men kan verlangen naar een geïdealiseerd vroeger, terwijl men weet dat dit nooit meer bereikt kan worden. Wat leidt tot treurige gedachten. Tegelijkertijd is men tevreden dat men toch maar zo'n mooi verleden achter zich heeft liggen. Hier zien we weer de sterke ambivalentie van het begrip nostalgie. Het fenomeen bitterzoete nostalgie, bijna een pleonasme, maakt duidelijk dat nostalgie veel meer is dan louter een idealiseren van het verleden. Omdat verlies en verlangen, emotie en herinnering erin samen komen, vormt het fenomeen een ideaal onderzoeksonderwerp voor interdisciplinaire studie.

 

6) Heilzame nostalgie. Veel psychologisch onderzoek naar nostalgie beziet het verschijnsel als een gezonde emotie die mensen in het heden tevreden laat zijn met hun eigen geleefde leven of de eigen ontwikkelingsgang.10 Bij heilzame nostalgie zijn de net genoemde elementen bitter en zoet niet in evenwicht, het zoete overheerst. Het gaat om gesuikerde herinnering. Sommige psychologen zien nostalgie als een primaire en dus universele, natuurlijke emotie, vergelijkbaar met liefde, woede of angst. Anderen menen dat het een cultureel bepaalde, deels aangeleerde secundaire emotie is.11

 

Nostalgie is daarom zo'n rijk onderwerp omdat erin psychologische (en ook neurowetenschappelijke) inzichten en cultuurhistorische omstandigheden samenkomen. We zijn misschien ons brein, maar dan wel een verlichamelijkt (zintuiglijk) brein en stevig gesitueerd in de cultuurhistorische tijd. Sommige dingen kunnen alleen in een bepaalde tijd gedacht worden, om naar Michel Foucault te verwijzen. We zijn kinderen van onze tijd. In de middeleeuwen kon men bijvoorbeeld niet denken over virtuele werelden, die tegenwoordig ook plaatsen van nostalgie kunnen zijn. Dergelijke virtualiteit was toen letterlijk nog 'ondenkbaar.'

 

7) Onwillekeurige en zintuiglijke nostalgie. De reeds genoemde literator Marcel Proust schreef over de onwillekeurige herinnering. Hij beschrijft in Op zoek naar de verloren tijd hoe zijn hoofdpersonage door het consumeren van een Madeleine cakeje met lindebloesemthee door de smaak en geur in contact komt met zijn jeugdherinneringen. Hij wordt erdoor overvallen, dankzij zintuiglijke prikkels. Het ging hier overigens om een literaire (gefingeerde) constructie, want in een eerdere versie van Prousts levenswerk was het niet een Madeleine, maar een biscuitje, waarvan de smaak de poort naar zijn jeugd opende.12

 


Madeleine bij de lindebloesemthee voor een proustervaring? Foto: Coraline Hausenblas, www.pixabay.com

 

De lichamelijkheid van zintuiglijke nostalgie zien we ook bij een andere beroemde schrijver, Vladimir Nabokov. De psycholoog Cretien van Campen schrijft: 'Met name de tastindrukken leken altijd aanwezig bij de verschillende smaak-, klank- en kleurherinneringen van Nabokov. Hij was zich in zijn herinneringen altijd bewust een lichaam te hebben dat het verleden herbeleefde.'13  Schrijvers zijn als woordschilders specifiek geschikt om dergelijke sensorische zintuiglijkheid te representeren, misschien meer dan wetenschappers, die een te hoog abstractieniveau aanhangen.

 

8) Retorische nostalgie. De tegenhanger van het onverwachts overvallen worden door nostalgie is het actief oproepen van nostalgie. Men kan dergelijke nostalgische effecten bij zichzelf of bij een ander scheppen. Deze effecten worden dan (soms bewust, soms onbewust) retorisch geconstrueerd. Een museum met samengestelde toonkamers uit vervlogen tijden is een voorbeeld van ten behoeve van het publiek geconstrueerde nostalgische retoriek, maar ook het schrijven van een nostalgisch boek (in stijl en thema) of het samenstellen van een uitzending van Arrow Classic Rock is gericht op het scheppen van nostalgische effecten. Onderzoek naar de retoriek kan gaan over zowel de (stilistische) vorm en (thematische) inhoud, als over de motieven van diegenen die een cultuurproduct nostalgisch laden.14 

Alle soorten van nostalgie die ik hier opsom, kunnen worden gebruikt in het nostalgische arsenaal, de retorische gereedschapskist, buiten enkele van de meer negatief getoonzette, waarvan er nu twee volgen.

 

Dubbele retorische nostalgie. Deze historisch-allegorische optocht vond plaats in Utrecht bij het 25-jarig regeringsjubileum van Wilhelmina en past in een nostalgische traditie van optochten ten bate van de macht. In onze tijd gaat van een dergelijke foto ook een tweede nostalgische werking uit door de kleur ervan, die nostalgie oproept. C.J.L. Vermeulen. Utrechts Archief 300950 1923.

 

9) Regressie. Hierbij gaat het om een mentaal (en in gedragingen) terugkeren naar de als mooi beschouwde kindertijd, omdat men in het heden geen voldoening vindt. Regressie is het tegendeel van heilzame nostalgie, zo lijkt het. Het is een vorm van escapisme die het andere volwassenen moeilijk maakt om op basis van gelijkwaardigheid met een regressief persoon te communiceren. Men is, als men in een staat van regressie verkeert, geen uitgebalanceerde volwassene. Men heeft ergens een verkeerde afslag genomen op de levensweg. Een doodlopende route.


Is J.M. Barrie’s personage Peter Pan een toonbeeld van regressie? Beeld door George Frampton in Kensington Gardens te Londen, Sebjarod. Wikimedia Commons

 

De Freudiaans geïnspireerde psycholoog Nell Boulton ziet een verband tussen nostalgie, narcisme en een Peter Pan-syndroom, wat betekent dat sommige kinderen weigeren om volwassen te worden en zo gedwongen zijn tot escapisme, om kind te blijven.15 

 

10)  Ressentiment. Dit is een door cynische politici gebruikte variant, waarbij mensen bij het aankruisen van het hokje op het stemformulier een gevoel van onmacht even gecompenseerd voelen. Ressentiment, gevoelde onmacht, is de giftige aarde waarop reactionaire bewegingen hun electorale succes laten bloeien of woekeren, door de kiezers zogenaamd te tonen dat vroeger alles beter zou zijn geweest en dat men naar die oude situatie kan terugkeren. Ook dit is duidelijk een niet-heilzame vorm van nostalgie.16 

 

Ressentiment is onder meer wrokkige nostalgie, waarin de vergelijking tussen een geïdealiseerd verleden en een onvolkomen heden negatief uitpakt en vervolgens zijn uiting vindt in (onder meer) electorale haat ten opzichte van diegenen die een onmogelijke terugkeer naar de oude situatie zouden blokkeren.

 

11)  Exonostalgie. Zich de nostalgie van andere culturen toe-eigenen, dat is wat bijvoorbeeld antropologen soms doen. Hun discipline zou gebaseerd zijn op de angst dat het mooie van andere culturen zou verdwijnen. Zij verlangen naar het ongerepte verleden van de onderzochte volkeren.17 Dergelijk onderzoek gaat vaak de diepte in. Er is echter ook een meer wereldse variant van deze mentaliteit, waarin men de ander vooral toont als leuk exotisch, zonder deze ander werkelijk te willen kennen: denk aan de Fata Morgana-attractie in de Efteling. Migranten die een kijkje willen nemen in de demonstratieve uitingen van de Nederlandse mentaliteit, kunnen op safari gaan naar de Efteling. Dat leert hen waarschijnlijk meer over Nederland dan via een inburgeringscursus mogelijk is.

 


Antropologe Frances Densmore maakt een opname van Mountain Chief in 1916.

Exonostalgie, oftewel het verlangen naar andermans culturele verleden?

Wikimedia Commons.

 

 

12) Vicarious  nostalgia. Dit is het je toe-eigenen van de geïdealiseerde levensgeschiedenissen van historische personen, familieleden en fictieve personages uit films en boeken. Het gaat om nostalgie uit de tweede hand.18 De verledens van anderen worden dan deel van het eigen herinnerde verleden. Dit kan bijvoorbeeld te maken hebben met fancultuur, maar ook met het compenseren van een leven zonder gebeurtenissen door te lezen in boeken over helden die wél wat meemaken. Het fenomeen kan echter ook minder negatief worden omschreven als het verrijken van je eigen leven met herinneringen aan de levensverhalen van anderen. In die zin biedt vicarious nostalgia een aanvulling op het eigen leven en draagt het fenomeen bij aan een algeheel welbevinden.

 

 

Lifestyle en nostalgie

 

13) Nostalgisten. Er zijn mensen die in het heden leven, maar toch ook weer niet. Zij kleden zich in dracht van honderd jaar geleden en richten hun huiskamers in met nostalgische waar van eerdere historische perioden uit de moderniteit. Ze zoeken soortgenoten op en spelen samen een leven in het vroegere dat volgens hen meer esthetische en morele schoonheid kende. Het gaat hier om een ander escapisme dan de Peter Pan-nostalgie, omdat men het leven van een volwassene in het verleden probeert te (herbe)leven, dus niet wil terugkeren naar de kindertijd, al zou men wel kunnen spreken van de wens terug te keren naar de jeugd van de mensheid.         


    

   

Uitje op de fiets. Foto: Elis Rolle, Wikimedia Commons.

 

14) Onthaasten/slow beweging. Het langzame leven met de levensritmen van 'vroeger', 'op het platteland', met 'eerlijk voedsel' spreekt velen aan, met name mensen die zich afzetten tegen de eenheidshapcultuur en McDonaldization (een term van George Ritzer). Het is een vlucht naar een eenvoudiger bestaan, een compensatie van een onvolkomen heden. Men kan zich bijvoorbeeld terugtrekken op het Franse platteland en zich afsluiten van de jachtige stedelijke moderniteit. Sommigen kiezen ook voor een zen-benadering, een meditatieve kijk op het leven, die meer zou verrijken dan meegaan met de golven van complexiteit van een moderne mediacultuur.

 

15) Vintage. Dit is een commerciële term om tweedehands spullen een nieuwe kans te geven. Mensen richten hun huis soms in als een eclectisch herinneringslandschap van objecten van 'ooit'. Waar tweede hands voor sommigen een negatieve connotatie heeft, is dat minder zo met vintage. In de vintagecultuur verheerlijkt men de authentieke en eerlijke producten van vroeger. Men voelt zo een connectie met het verleden, juist ook met dat van andere mensen, die eerdere bezitters waren. Zo zet men zich af tegen een cultuur om alles wat niet meer zou voldoen maar meteen weg te gooien.

               

16) Steampunk. Dit is een historiserende fantasie over een gedroomd verleden, de negentiende eeuw die een andere, volstrekt fictieve, afslag heeft genomen, zodat er een ander verleden zonder elektriciteit onder stoom komt. Het is een verleden dat mensen begeestert, in die mate dat er een subcultuur is ontstaan van steampunk-adepten. Het is een vorm van alternatieve geschiedschrijving en geschiedvormgeving, waarin de component fantasie heel nadrukkelijk aanwezig is. Interessant is dat men door zich in de steampunk-cultuur te begeven een alternatieve geschiedenis kan beleven, zodat zo'n geschiedschrijving meer wordt dan een theoretische abstractie.19 

 

Steampunk expositie. Komen geschiedenis en fantasie samen in de steampunk lifestyle? Jareed. Wikimedia Commons

 

17) Re-enactment. Dit fenomeen heeft iets weg van de cultuur van de nostalgisten. Maar re-enactors gaan vaak verder terug in de geschiedenis en ze spelen op speciaal vastgestelde momenten historische gebeurtenissen na, terwijl de nostalgisten meer permanent in ‘het vroegere’ leven. Historici wijzen erop dat living history adepten vooral het mooie van de geschiedenis ervaren, niet de ontberingen, zoals stank, of nauw zittende korsetten. Op de nagespeelde slagvelden vallen doorgaans ook geen doden. Geschiedenis zonder gevaar dus. Een opgeschoond verleden. Toch kan de historicus van re-enacment wel wat leren, bijvoorbeeld omdat mensen in de praktijk omgaan met gereedschappen van vroeger en zo informatie kunnen bieden over hoe het daadwerkelijk is om zulke gereedschappen te gebruiken.

 

Re-enactment. Idealiseert men het verleden bij het naspelen ervan? Foto van Matthew Bookwalter van de Amerikaanse marine. Wikimedia Commons.

 

18) Familie-nostalgie. Het kan hierbij gaan om genealogisch onderzoek, bijvoorbeeld met behulp van archivalia, fotoalbums en bidprentjes, waarmee men de geschiedenis van de eigen familie reconstrueert en de ontwikkelingsgang van deze eigen familie zo een vorm geeft. In de Verenigde Staten is het heritage scrapbooken populair. Men maakt dan kunstzinnige fotoalbums van het eigen familiale verleden, versierd met poëzieplaatjes, filmkaartjes, sierletters, postzegerls en andere franje. Het is een vorm van actief en creatief aan de slag gaan met het verleden, zodat men ook in praktische zin een verbondenheid voelt met diegenen die eerder hebben geleefd, en dan specifiek je voorouders of de mensen van je eigen cultuurgroep.

 

 

Familiestamboom. Vindt men betekenis in het naspeuren van de eigen familiegeschiedenis? Wikimedia Commons

 

                             

19) Reminisceren. Aan de hand van objecten, maar ook geluiden, smaken, tintelingen en geuren, kan men, al dan niet samen met een herinneringsbemiddelaar, op zoek gaan naar de eigen jeugd. Ouderen kunnen er baat bij hebben. In sommige verzorgingshuizen worden herinneringsmusea ingericht, waar men het verleden letterlijk kan aanraken.20  Zo kan met het materiële aan het immateriële koppelen. Door de voorwerpen van vroeger in de hand te nemen, voelt men een tactiele connectie, ook met het gedachtegoed van vroeger.

 

20) Antiquarische nostalgie. Antiquarische nostalgie is vooral een relatief modern verschijnsel, waarin verzamelaars bijvoorbeeld antiekzaken, rommelmarkten en veilingen afstruinen. Ze bewonderen de uiterlijkheid van vroeger en kijken vaak ook graag naar heritage cinema, waarin de dracht van het verleden nauwgezet wordt nagebootst. Daar gaat het sommige kijkers meer om dan om iets te leren over sociale onrechtvaardigheid in het verleden. Dit heeft te maken met de net genoemde materialiteit van het vroegere, niet met de mentaliteit. De antiquarische nostalgie heeft ook een rol gespeeld bij de ontwikkeling van de historische discipline in recente eeuwen, maar deze laatste heeft zich eruit ontwikkeld tot een meer gelaagde uiting van historiciteit.

 

Historische en tijd gerelateerde nostalgie

21) Het verlangen naar een gouden tijdperk. Men verlangt soms naar tijden voor het begin van de geschiedenis, toen mensen in paradijzen en luilekkerlanden zouden hebben gewoond. Het gaat hierbij om een bij elkaar gefantaseerd vroeger, dat in mythen en verhalen wordt doorgegeven. Het bijvoeglijk naamwoord 'gouden' connoteert nostalgie. Het fantaseren over verdwenen betere werelden hoort ook bij deze vorm van verlangen: men projecteert dan de eigen ideeën over een gewenste realiteit op een verzonnen vroeger, elders. Denk aan verhalen over Atlantis.21

 

22) Heimatcultuur. Hier is sprake van een gehechtheid aan de eigen, als mooi beschouwde (geboorte)streek, met zijn specifieke geschiedenis. Dit kan leiden tot lokalisme en regionalisme, maar ook tot nationalisme. De laatste culturele vorm is meer kunstmatig dan de andere twee, omdat de verbondenheid met de natie minder natuurlijk en meer geconstrueerd is. Naties zijn volgens de antropoloog Benedict Anderson 'imagined communities.'22 

 

Het zich verbonden voelen met de plaats of streek waarin men woont is minder kunstmatig, omdat men op de plek waar men verblijft idealiter mensen kent waar men positief over denkt. Het op zoek gaan naar de wortels van hen die op deze plek verblijven, kan dan ook heilzaam zijn, maar deze impuls kende ook een sterk negatieve uitwerking in de Blut und Boden denkbeelden van de nazi's.

 

23) Nostalgisch mediëvalisme. De creatieve nawerking van de periode 500-1500 in latere eeuwen: dat is mediëvalisme. Vaak, maar zeker niet altijd - denk aan de 'donkere' middeleeuwen - wordt de periode geïdealiseerd als een bonte periode vol ridderlijkheid. Er is dan sprake van nostalgie. In bouwkunst werd de naar de middeleeuwen verwijzende neogotiek in de negentiende eeuw de nostalgische stijl par excellence. Deze stijl van vooral kerkenbouw was een stenen verwijzing naar de periode vóór de reformatie, toen heel Europa nog katholiek was. Hier was men nostalgisch naar. Protestanten protesteerden tegen dergelijke bouwwerken (denk aan de architectuur van Pierre Cuypers). Hier zien we duidelijk dat nostalgisch representeren ideologisch geladen kan zijn.

 

 

 

 


Een idealisering van de middeleeuwen? Edmund Leigthon, rond 1900. Wikimedia Commons

 

 

24) Jaren vijftig nostalgie. De fifties werden zeker vanaf de jaren tachtig geïdealiseerd als een meer onschuldige en brave, heilzame tijd, de periode van vóór de sixties/seventies, toen het morele evenwicht van de maatschappij zou zijn ontwricht. Het ophemelen van decennia verbindt de leden van bepaalde generaties. Dit is een vorm van collectieve nostalgie. Het samen met anderen terugblikken op generationele cultuur en belevenissen is populair, wat blijkt uit tal van televisieprogramma's en tentoonstellingen, niet alleen over de jaren vijftig, maar ook over de decennia die erna volgden. Sommigen zijn nostalgisch naar de conservatieve fifties, anderen juist naar de meer progressieve sixties en seventies.

Jaren vijftig huiskamer. Een betere, meer eenvoudige tijd? Simon Q. Wikimedia Commons

 

25) Tech nostalgia. De voorwerpen van de moderniteit kunnen ook nostalgie oproepen over technologie die ooit als vernieuwend gold (de autotelefoon, de commodore 64), maar waar men nu met collectieve vertedering op terugkijkt. Er bestaat ook een subcultuur van mensen die oude videogames spelen, die ze zich herinneren uit hun jeugd. Een deel van de aantrekkingskracht van deze als positief ervaren bezigheid zit 'm in het genieten van de imperfecties van het recente verleden. Men waardeert deze imperfecties juist en maakt zo een mentale tijdreis naar een periode van technische ontwikkeling die inmiddels achter ons ligt.23 

 

26) Consumptieve nostalgie. De historicus Gary Cross meent dat in tijden van kapitalistische consumptiecultuur, die centraal kwam te staan na de Tweede Wereldoorlog in het Westen, de nostalgie  individueler werd, omdat ieder individu gefascineerd was door verschillende merchandise objecten (StarWars, My little Pony), kleding en muziek. Er is volgens Cross meer sprake van niche-herinneringsgemeenschappen van mensen die zich samen individuen voelen.24 Een tegenhanger van deze kapitalistische consumptieve nostalgie is de zogenoemde 'Ostalgie', waarin men de objecten uit de voormalige DDR idealiseert.


Merchandise kan consumptieve nostalgie oproepen. Foto: Craig Sybert, www.unsplash.com

 

27) Gemedieerde nostalgie. De menselijke cultuur zonder media is niet meer denkbaar. Onder meer hierin verschillen we in het heden fundamenteel van bijvoorbeeld de oudheid. Ook het idealiseren van 'vroeger' is erdoor veranderd. Media bemiddelen onze herinneringen. Volgens de wetten van de mediaconsumptie zal datgene wat ruim voor handen is (liedjes, foto's, films van vroeger) gebruikt worden. Het internet geldt als een grote vergaarbak, waaruit men naar believen elk stukje verleden kan putten. Zo dragen de media zowel bij aan het in stand houden van de (populaire) cultuur van vroeger als aan een ahistorische impuls om alles uit het verleden niet na elkaar maar naast elkaar te plaatsen. Met het internet en zijn hyperlinks lijkt een lineaire tijdsopvatting deels te hebben afgedaan.

 

28) Conservatisme. Het behouden van wat men ziet als het mooie van vroeger zo zou men conservatisme kunnen omschrijven. Men betreurt grote veranderingen, zoals die vanaf de Franse en Industriële Revolutie plaatsgrepen. Conservatisme is veelal een achterhoedegevecht dat echter wel militant gevoerd wordt, zeker in een land als de Verenigde Staten. Positiever gezien zou men kunnen zeggen dat conservatieve mensen voorstanders zijn van geleidelijke veranderingen, eerder dan van revoluties die gepaard gaan met ontwrichting en bloedvergieten.

 

29) Romantiek. Er wordt vaak een verband gelegd tussen nostalgie en de periode van de Romantiek (oorspronkelijk in de late achttiende en negentiende eeuw), toen men de menselijke gevoelswereld begon te exploreren. De term romantiek wordt nog steeds gebruikt; men brengt dan een ophemelende emotionele waas aan over het leven. De Romantiek wordt vaak als een reactie op de Verlichting gezien, een irrationele emotionele tegenbeweging tegen het (al even irrationele) geloof in de menselijke Rede. Ook het idealiseren van oorlog ('heldenmoed') is  een vorm van romantisering: de romantiek van de strijd. Volgens de progressieve historicus Raphael Samuel is het wachten op een historicus die deze laatste vorm van romantiek in kaart zal brengen.25

 

30) Dorpsnostalgie. Sommigen idealiseren het niet-stadse leven, een vorm van samenleven waarin iedereen elkaar kende en groette, waar men ook een touwtje uit de brievenbus kon hangen. De socioloog Tönnies schreef over het onderscheid tussen de gemeenschap (het dorp) en de onpersoonlijke maatschappij (de stad). Deze theorie wordt soms als achterhaald gezien, maar heeft veel invloed gehad op de meningsvorming over cultuur en moderniteit.26 Dorpsnostalgie gaat over een coherenter, rustiger leven, dat echter ook gepaard gaat met sociale controle en mechanismen van sociale uitsluiting die van het dorpse leven niet altijd een idylle maken.

 

31) Retro. Dit is voor een deel ironische nostalgie aangaande zaken uit voorbije perioden uit de moderniteit.27 Retro wordt vaak nostalgie zonder gevoel genoemd, maar ironie lijkt het naar mijn mening zeker niet zonder een gevoelscomponent te stellen. Het lijkt onwaarschijnlijk dat neurologisch onderzoek in de toekomst ironie kan lokaliseren in het brein; meer primaire emoties en mentaliteiten kunnen echter mogelijk wel aangetoond worden.

           

Retro heeft vaak te maken met een voorkeur voor het ontwerp van vroeger, of de wijze waarop muziek klonk. Men bootst deze vormen graag na, in een spel van knipoogesthetiek.

 

 


332) Stilistische nostalgie. De uiterlijkheid van het vroegere wordt gevierd, de genoemde esthetiek: van de films van de silver screen tot art nouveau en art deco. De filmwetenschapper Paul Gainge maakt een onderscheid tussen 'mood' (gevoel) en 'mode' (uiterlijke vorm) van nostalgie. Stilistische nostalgie heeft vooral met de uiterlijkheid te maken. Dergelijke nostalgie uit zich soms in eclecticisme (vermenging) en pastiche (nabootsing). Anders dan bij pure retro, is hier minder sprake van ironie.

 

Ook het inkleuren van foto’s is een vorm van stilistische nostalgisering, een creatief aan de slag gaan met het verleden. Visby in Zweden, anno 1900. Ingekleurd door Julius Jääskeläinen. Wikimedia Commons

 

33) Arcadische/groene nostalgie. De mens zou vroeger in evenwicht met de natuur hebben geleefd, totdat de industrialisering alles veranderde. Het omgaan met de Aarde wordt geïdealiseerd en vertekend. Van vertekening is sprake omdat ook vóór de negentiende eeuw geen arcadische situaties bestonden. De mens was toen eenvoudigweg nog minder in staat om de leefomgeving te verstoren. Van een betere omgang met de natuur op morele gronden was niet zozeer sprake.

 

Het arcadische verhaal past in een achteruitgangsgeloof: de mens zou de natuur en ook zichzelf steeds meer bedorven hebben.

 

34) Anton Pieck nostalgie. Dit is de esthetiek van het themapark, de negentiende en vroeg-twintigste-eeuwse wereldtentoonstellingen of het historiserend stadsdecor. In veel beeldvorming over architectuur geldt 'Anton Pieck architectuur' als ultieme diskwalificatie, een diskwalificatie van oubollige kitsch. Anderen zien er echter vooral een viering van het decoratieve in, een heilzaam alternatief voor doodse, onpersoonlijke stroomlijn en afbraakbouw. Internationaal gebruikt men Walt Disney als equivalent van Pieck.

 

De wereldtentoonstelling van Parijs, 1900.  De Wereldtentoonstelling als voorloper van Disney en Anton Pieck? Wikimedia Commons

                 

35) Analoge nostalgie. Dit is het verwijzen naar oude media, bijvoorbeeld door het aanbrengen van ruis in digitale radio-uitzendingen of een sepia filter over foto's. Ook het gebruiken van vale kleuren in strips om het uiterlijk te bereiken van onvolkomen krantendrukwerk van voor de oorlog, is er een voorbeeld van. Men zou dit het imper(ef)fect kunnen noemen. Verlangen we in de toekomst steeds meer naar de menselijke onvolkomenheden van vroeger? Is dat een van de soorten nostalgie van de toekomst?

Analoge nostalgie is verwant aan tech nostalgia, maar net anders, omdat bij tech nostalgia nostalgie wordt gevoeld naar deels niet-analoge media.

 

Conclusie

Deze opsomming is verre van volledig. Ik had bijvoorbeeld ook kunnen ingaan op zaken als Amish nostalgie of iets wat dark nostalgia wordt genoemd (gezellig en veilig griezelen om 'vroeger'). Ik wil met de opsomming vooral laten zien dat nostalgie een bont complex van verschijnselen is met politieke, esthetische, culturele en historische componenten. Juist de complexiteit van de menselijke levensvorm is interessant en nostalgie lijkt bij uitstek geschikt om deze complexiteit te belichten, geschikt ook om de diversiteit van alle cultuur in kaart te brengen.          

           

Dit kan geschieden vanuit vele disciplines, bijvoorbeeld  (in willekeurige volgorde): cultuurwetenschappen, geschiedenis, sociologie, psychologie, filosofie, antropologie, filmwetenschappen, literatuurwetenschap en marketing studies. Het koppelen van verschillende disciplines is misschien het meest veelbelovend, maar dan loopt men wel het risico geconfronteerd te worden met detailkritiek vanuit een van de genoemde wetenschapstakken.

 

Omdat de moderniteit (en wat er na volgt) complex is, bestaat er een complex van nostalgische coping strategieën. Het is volgens mij interessant om juist ook de verschillen tussen deze coping strategieën te bekijken, door ze bijvoorbeeld naast (of tegenover) elkaar te plaatsen. Pas wanneer men dat doet, doet men het onderwerp in zijn diversiteit recht.

 

Het is echter volstrekt verdedigbaar om slechts één van de door mij opgesomde 35 soorten (of nog een andere) als onderwerp van een onderzoek te kiezen, maar het is wel eerlijk om dan aan te geven dat men met het verrichte onderzoek niet iets over nostalgie in het algemeen zegt, maar over nostalgie in het bijzonder.

Noten

1) D. Lowenthal, The past is a foreign country. Revisited, 37.

2) S. Boym, The future of nostalgia (New York 2001) 3.

3) U. Eco, Travels in hyperreality (Harcourt 1990)

4) Het inrichten van nostalgische woonkamers wordt wel onder de noemer autotopography geschaard, dan is de woonkamer een herinneringslandschap. Zie: D. Petrelli, S. Whittaker en J. Brockmeier. "AutoTopography: what can physical mementos tell us about digital memories?." Proceedings of the SIGCHI conference on Human Factors in computing systems. 2008. 

5) Zie voor meer over melancholie bijvoorbeeld: J.J. Hermsen, Melancholie van de onrust.(2017)

6) V. Luiselli, Valse papieren (Amsterdam 2012) , 61. Vertaling Merijn Verhulst.

7) Luiselli,  Valse papieren 62.

8) Luiselli, 70.

9) W. Noordhoek (e.a.) Groot gedenkboek van de jaren vijftig (Amsterdam 1968)

10) Denk aan de psychologische onderzoeksgroep van de universiteit van Southampton rond Tim Wildschut.

11) H. Dickinson en M. Erben, 'Nostalgia and autobiography. The past in the present', Auto/biography 14 (2006) 223-244.

12) K. Waldman, 'Proust’s Madeleine Was Originally Toast, Which Would Have Made for a Very Different Novel', slate.com. (2015)

13) C. van Campen, Gekleurd verleden. Verhalen over het geheugen van de zintuigen (Utrecht 2010) 52.

14) Zie voor meer over dit onderwerp mijn dissertatie. O. Rieter, Het patina van de tijd. Vormen en functies van hedendaagse nostalgie en nostalgisering in Noord-Brabant (Tilburg 2018)

15) N. Boulton (2006) 'Peter Pan and the flight from reality: A tale of narcissism, nostalgia and narrative trespass', Psychodynamic Practice, 12:3, 307-317, DOI: 10.1080/1475363060076570.

16) Zie P. van Tongeren, Over het verstrijken van de tijd. Een kleine ethiek van de menselijke tijdservaring (Nijmegen 2002), 52-53 en H. Berger, Friedrich Nietzsche (Beveren 1982), 94.

17) D. Berliner, 'Are anthropologists nostalgic?' in O. Ange en D. Berliner (red.), Anthropology and nostalgia (2015) 17-34.

18) C. Goulding, "An exploratory study of age related vicarious nostalgia and aesthetic consumption." ACR North American Advances (2002). 

19) Er bestaan ook gerelateerde fenomenen als prehistorische stonepunk, Oudheid-Sandal punk en Renaissance-clock punk Zie D. Younger, Theme park design & The art of themed entertainment (Inklingwood 2016) 54.

20) H. Becker, Verboden af te blijven! Het herinneringsmuseum, spiegel van humanitas' zorgfilosofie (Delft 2008)

21) Voor meer over de landen van de fantasie zie U. Eco, De geschiedenis van imaginaire landen en plaatsen (Amsterdam 2013) Vertaling Y. Boeke en P. Krone.

22) B. Anderson, Imagined communities. Reflections on the Origin and Spread of Nationalism (herziene editie 2016)

23) Vgl. T. van der Heijden, ‘Technostalgia of the present: From technologies of memory to a memory of technologies’, European Journal of media studies. Necsus 4 (2): 103-121.

24) G. Cross, Consumed nostalgia. Memory in the age of fast capitaism (2017)

25) R. Samuel, Theatres of memory. Past and present in contemporary culture (Londen 1994/2010)  28. Ik bied in hoofdstuk 6 een aanzet.

26) I. Cierraad, De elitaire verbeelding van volk en massa. Een studie over cultuur (Muiderberg 1988) 14-15.

27) E. Guffey, Retro. The culture of revival (Londe



 


Comments


Tag Cloud

© 2023 by The Book Lover. Proudly created with Wix.com

  • Facebook B&W
  • Twitter B&W
  • Google+ B&W
bottom of page